Spelen voor verschillende leeftijdsgroepen
Spelen is een vorm van leren die te maken heeft met gezondheid en de ontwikkeling van vaardigheden. Door vrij te spelen, leren kinderen zichzelf en de wereld om hen heen kennen. Tot de leeftijd van gemiddeld 7 jaar worden de fysieke, sociale, cognitieve, emotionele en creatieve vaardigheden van het kind voornamelijk getraind door spelen. Na deze leeftijd worden deze vaardigheden door spel versterkt. Het Speelbrein onderscheidt verschillende leeftijdsgroepen:
Kleuters 4 tot 6 jaar (onderbouw)
Kinderen vanaf 4 jaar beschikken over een goed ontwikkelde grove motoriek en een redelijk evenwichtsgevoel. Ook hun fijne motoriek is verbeterd. Kleuters willen graag en veel bewegen. Hun behoefte aan uitdaging en lichamelijke activiteit groeit. Ze leren samenhang te zien tussen oorzaak en gevolg, weten hun lichaam goed te gebruiken en kunnen redelijk afstanden inschatten. Kleuters kunnen zich ook steeds beter in woorden uitdrukken. Dat leidt tot overleg, verhaalopbouw en de verbeelding van hun fantasie.
Een speelplek voor kleuters bestaat bij voorkeur uit heldere vormen, kleuren, contrasten en elementen die ze door middel van hun zintuigen kunnen ontdekken. Het aanbod van spelactiviteiten moet zowel de grove motoriek, evenwicht als fijne motoriek ontwikkelen. Ook moet er voldoende ruimte zijn voor interactie en samenwerking.
Lees meer >>>
7 tot 9 jaar (middenbouw)
Kinderen vanaf 7 jaar worden, lichamelijk en sociaal steeds behendiger. Fysiek ontwikkelen ze zich op het gebied van motoriek steeds verder. Ze worden leniger, behendiger en sterker. Dat geldt ook voor hun evenwichtsgevoel. Hun taalvaardigheid neemt toe en ze kunnen een paar stappen vooruit denken. Emotioneel worden ze steeds zelfstandiger en in sociaal opzicht beginnen ze zich volwassen te gedragen.
Deze kinderen beheersen niet alleen het rollenspel, ook het regelspel wordt steeds belangrijker. Ze kunnen in grotere groepen spelen dan voorheen. Over het algemeen is deze leeftijdsgroep dol op wedstrijdjes. Ze laten graag zien wat ze kunnen. Fysieke uitdagingen stimuleren hun cognitieve vaardigheden.
Speelplekken voor schoolkinderen in de middenbouw moeten dynamisch zijn, uitnodigen tot actie en met grote groepen tegelijk bespeeld kunnen worden.
Lees meer >>>
10 tot 12 jaar (bovenbouw)
Tot ongeveer tien jaar verloopt de ontwikkeling van jongens en meisjes bijna gelijk. Daarna gaat de ontwikkeling van meisjes opeens veel sneller, waardoor het onderscheid tussen jongens- en meisjesspel zich nadrukkelijker aftekent. In het algemeen wil deze leeftijdsgroep niet meer ‘spelen’ want dat is ‘kinderachtig’. Ze willen ‘rondhangen’ maar tegelijkertijd ook actief en stoer zijn. Op sociaal vlak willen ze vooral bij leeftijdsgenoten zijn, ze hebben een natuurlijke behoefte om e bij te horen, te zien en gezien te worden.
Speelplekken voor 10-12 jarigen moeten vooral stoer zijn, uitnodigen tot beweging en voorzien zijn van verschillende ruimten om in kleine groepjes bij elkaar te zijn. Lichaamsbeweging is voor deze leeftijdsgroep belangrijk omdat beweging samenhangt met de emotionele en maatschappelijke rijpheid.
Lees meer >>>