Speelgedrag
Het Kompan Play Institute onderscheidt een drietal kenmerken van speelgedrag. Ten eerste heeft spelen een vrijwillig karakter. Ten tweede speelt spelen zich af ‘buiten het gewone leven’ en ten derde dient spelen geen direct nut. Deze omschrijving van speelgedrag is lang geleden mede gevormd door Johan Huizinga in zijn boek Homo Ludens (1938) en zijn nog immer actueel.
Daarnaast zijn kinderen veelal vanuit zichzelf gemotiveerd om te spelen, kan de verbeelding van kinderen tijdens spelen tot uiting komen, is spelen spontaan, is spelen actief en is spelen vrij van door volwassenen ingestelde regels.
Een andere benadering van het begrip speelgedrag kunnen we duiden als ‘cognitief spel’. Het cognitieve spel immers stelt kinderen in staat om de relatie met de omgeving te ontdekken en te begrijpen door middel van hun eigen gedrag in de omgeving. Vormen van cognitief spelen zijn probleemoplossing, kiezen, construeren, onderzoeken, ontdekken en ongestructureerd informeel leren. Door spelen leren kinderen, zonder dat ze iets aangeleerd krijgen. Het betreft doen, onderzoeken, ontdekken, falen en slagen.
Naast deze genoemde benaderingen kunnen we speelgedrag ook definiëren in termen als ‘game’. Met ‘game’ wordt de specifieke activiteit bedoeld. Hierbij wordt geprobeerd een doel te bereiken waarbij gebruik wordt gemaakt van vooraf bepaalde regels. Deze regels worden door iedereen vrijwillig geaccepteerd omdat deze regels de activiteit maken zoals deze behoort te zijn.
De meeste schoolpleinen zijn ingericht voor speelgedrag in termen van ‘game’. Deze schoolpleinen worden vooral gezien als gebieden waar kan worden gesport, en zijn opgezet aan de hand van het ‘surplus energie’ model. Dit model gaat ervan uit dat de hoofdreden van kinderen om te spelen gelegen is in het kwijtraken van overtollige energie. Deze theorieën zijn diep ingebed in de huidige schoolcultuur waardoor het overgrote deel van de schoolpleinen naar dit model zijn ingericht. Kompan richt zich voor wat betreft het speelgedrag vooral op “taal in een bewegingscultuur”!
Hoewel het huidige speelgedrag van kinderen zich voornamelijk richt op het kwijtraken van overvloedige energie, zou een schoolplein (en zeker bij een zgn. Brede School, gelet op de buurt/wijkfunctie) ook kunnen dienen als plaats voor educatie. Een goed ingerichte speelomgeving kan belangrijke lessen bieden op het gebied van coöperatie, eigendom, ergens bij horen, respect en verantwoordelijkheid. De vraag die vervolgens rijst, is waar een goed ingerichte speelomgeving dan aan moet voldoen?
- Kwalitatief schoolplein
- Effecten van sport en bewegen op school
- De taalontwikkelende speeltuin
- Spel-Integratie van minder-valide kinderen
- Sport en spelactiviteiten voor inactieve bovenbouwleerlingen
- Internationale buitenspeel-enquete
- Kompan Play Institute (KPI)
- Speelbrein principes
- Spelen voor verschillende leeftijdsgroepen
